Press "Enter" to skip to content

20 April Motel Mozaique: Follow the rope @ Groothandelsgebouw Rotterdam // 17u-22u

Hier zijn dan de vrouwen

Eindelijk hadden de vrouwen hun kleren uitgetrokken en waren ze in de rivieren afgedaald om de octopussen en slangen te doden. Ze trokken aan de koppen en de staarten van de slangen tot hun tongen uit hun opengesperde bekken bengelden, bijna langer dan de slangen zelf alsof ze niet uit ingewanden maar alleen maar uit tongen bestaan (vergeet wat je in de lagere school leerde over okapi’s. hun tong is niets bij dit tafereel.), en alle oerangst verdween uit de wereld. Ze beten de armen van de inktvissen af, met zwarte lippen spugen ze de tentakels op de kade waar jonge mannen ze haastig in gevlochten manden verzamelen. Als de vrouwen zweten, zweten ze zwart, dit is bijna niet te zien omdat alles onmiddellijk oplost in het water. Alleen een dunne zwarte lijn onder de oksels verraad de inspanning van het karwij, en hun navels die van het vele inkt vangen als een zwart bolletje op hun buiken wiegt. De minder welopgevoede vrouwen hebben zwarte haren op de armen, ze bijten slordig op de inktvissen en vegen met hun onderarm het zwarte kwijl van hun kinnen. Deze vrouwen zien de zwarte haren als een teken van hun arbeidsethos en denken er later een sociale status mee te verkrijgen.

Soms ging er een vrouw dood als ze onoplettend was en onder water werd gebeten door een slang. Maar dit waren de risico’s van het vak/geslacht. Ze werden gebruikt als loopbruggen voor moeilijker doorwaadbaar water en dat vonden ze prima, althans, daar werd van uit gegaan. Zo ging het al tijden. Net zoals bij een mierenkolonie, waar de mieren in de eerste plaats alles doen voor het voortbestaan van de kolonie en niet denken aan zichzelf, zo vonden de vrouwen het normaal om zich ten dienste te stellen van de groep. Als een mier ernstig ziek is, gaat die niet zielig doen bij z’n ouders of z’n geliefde. De mier vraagt niet om extra aandacht, niet om hete soep en al zeker niet om gesubsidieerde medicatie. De mier beseft dat het de kolonie in gevaar brengt, en zondert zich af. Als de mier overleeft, komt die terug. Anders heeft die op z’n minst niemand besmet. Als er een stortvloed is of een acute dreiging en de mieren moeten vluchten, en ze komen door de velden, over de heuvels, aan een rivie, en ze kunnen er niet onder, ze kunnen er niet over (zoals in het liedje van “we gaan op berenjacht”. Zelfde scènebeeld, ander thema. Er bestaan heel veel liedjes maar de keuze aan landschappen is helaas beperkt.) dus ze moeten er door, dan zullen er altijd een hele hoop mieren zijn die in de rivier gaan liggen en verdrinken. Zoveel als nodig zijn om een brug te vormen, waardoor een deel van de kolonie kan overleven.

Met de laatste octopus sterft ook het laatste geheim. Van octopussen is geweten dat ze alleen bestaan op plekken waar veel gefluisterd wordt. Waar in het donker wordt neergepend wat het daglicht niet mag zien. Daarom is het ook niet verwonderlijk dat de meeste octopussen voorkomen bij de broedhaarden van alle grote geschiedenisverhalen: Turkije, Griekenland, Iran, Italië, China. Het het er niet voor niets broedhaard. De zee is er warmer en daarom ontstaat er meer. Kijk maar naar de Noordzee, die is koud en heeft zelden op iets gebroed.

De octopus kreupelt door het donkerste zand en verzamelt geheimen tot zijn armen worden afgebeten door een vrouw.

Eeuwenlang hadden de vrouwen zich verstopt in een grot totdat de mannen dachten dat ze echt alleen waren, moederziel alleen (mooi woord, zoiets bestaat niet voor vaders). De vrouwen hadden lang getwijfeld over de grot omdat ze het geen inspirerende omgeving vonden en dachten dat ze te snel gevonden zouden worden. Het is moeilijk om je te verstoppen als je overal een mening over hebt. Maar de mannen hadden slecht gezocht (of slecht gedaan alsof) en ze hadden het vooral erg snel opgegeven. Ik hoorde een verhaal over de tweede wereldoorlog, een kloostergemeenschap in een bepaald Vlaams dorp had boter en suiker gesmokkeld uit Nederland en verstopt in hun huis. Er werd gefluisterd dat de Duitsers zouden binnenvallen en dat ze het moesten verstoppen. één van de zusters had bedacht om de boter en de suiker net naast de voordeur te zetten. De Duitsers vielen binnen en doorzochten het hele huis, ze vonden niets en gingen weer naar buiten.

— ging het niet net zo bij de Sound of Music? Maar dan met mensen?

— ik was altijd erg slecht in verstoppertje omdat ik niet hou van competitie. ik vond het dus vervelend om mijn best te doen om me te verstoppen en tegelijkertijd vond ik het vervelend als ik als eerste werd gevonden omdat ze dan vonden dat ik te weinig ambitie had, maar ik vond het ook vervelend om te bedenken dat àls ik me erg goed zou verstoppen dat ik dan mogelijks vergeten zou worden. Zoals een vriendin zich ooit voor haar vriend verstopte onder het bed, maar die vriend helemaal niet naar haar zocht omdat hij moe thuis kwam van zijn werk. Hij kwam de kamer in en plofte op bed. vervolgens durfde die vriendin geen geluid meer te maken want ze vond dat het teveel op een horrorfilm leek. Hij sliep een uur, ze bleef een uur stil onder het bed liggen. Toen hij in de keuken stond te koken trippelde ze naar de hal, sloeg ze met de deur, en deed ze alsof ze thuis kwam.

— alleszins, dat met die dingen naast de voordeur, dat werkt niet. onder het bed werkt af en toe. maar kan ook heel vervelend zijn. niemand kijkt graag onder een bed. is ook een soort van oerangst.

De vrouwen zaten in de grot en de mannen dachten er niet aan in de grot te zoeken. Dat was alles wat erover kan worden gezegd. Eeuwen gingen voorbij en tot ieders verbazing bleven zowel de mannen als de vrouwen in leven. Ze plantten zich voort en wisten niet waar de kinderen vandaan kwamen. Maar ze kwamen. Er volgde geen epidemie, er werd niet geïnfiltreerd, de meesten verveelden zich, niemand had honger. De vrouwen dachten dat ze gemist zouden worden, maar dat was niet zo. De mannen dachten dat ze niet zouden overleven, maar dat viel reuze mee.

Toen iedereen zich kapot verveelde begon de achterklap. Met de achterklap groeide de haat en nijd. Met de haat en nijd groeide de jaloezie. Met de jaloezie groeiden de geheimen. Slangen en octopussen begonnen te groeien tot ze niet meer in de zeeën pasten en de rivieren gingen zwellen. De slangen en octopussen gingen zich organiseren en in shifts de zeeën en rivieren bevolken. Ze maakten afspraken en hielden zich er aan. Dit zagen de vrouwen vanuit een kier in de spelonk en het maakte hen kwaad. Dit zagen de mannen vanuit hun woningen en het maakte hen bang. Er kwam een nieuwe orde aan, van Darwiniaanse aard, waarbij de slangen en de octopussen zich op termijn zouden ontwikkelen tot intelligente wezens, gegroeid uit menselijke roddels en geheimen maar georganiseerd en eerlijk als de vroege ochtend. Dat nooit! De vrouwen klopten hun wangen op tot rode strijdlustige kussens en liepen in hordes krijsend naar buiten, de grot uit, richting de rivieren. Het was als een landschap dat zich verplaatste. De mannen, gezeten achter dubbel glas, kat op de schoot, thee in de hand, zagen een wolk van vrouwenvlees de wereldbühne bestormen en konden hun ogen alleen neerslaan door een mix aan verrukking en schaamte (wat hadden ze slecht gezocht). De vrouwen wierpen al rennend de kleren van zich af en stortten zich in de rivieren tussen de slangen en de octopussen. Ze graaiden en trokken en beten en offerden zich op ter overleving van het menselijk ras. Zo graaiden ze en zo beten ze met inkt aan hun lippen en ze riepen “waar zijn dan toch de mannen!”, dit werd niet goed begrepen. Sommige mannen hoorden dat er nood was aan manden. De mannen verzamelden alle manden die ze konden vinden en gingen helpen aan de rand van het water.

 

 

— Charlien Adriaenssens